
Jurisprudentie
AR6834
Datum uitspraak2004-11-25
Datum gepubliceerd2004-12-03
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/850 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-03
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/850 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vaststelling van voor grote werkgever verschuldigde gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Reeds ontwikkelde rechtspraak.
Uitspraak
03/850 WAO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde en nadien nader onderbouwde gronden hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen door de rechtbank Alkmaar op 9 januari 2003 onder kenmerk 02/731 gewezen uitspraak.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft het vooronderzoek opgedragen aan mr. R.C. Stam als raadsheer-commissaris en in dat kader heeft op
21 september 2004 een inlichtingencomparitie plaatsgevonden, waar namens appellante is verschenen J.H.C. van Dongen, werkzaam bij de Metaalunie te Nieuwegein, en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. K.D. van Someren en E. van Dompselaar, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Met instemming van beide partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 26 november 2001 heeft gedaagde voor 2002 de door appellante als grote werkgever verschuldigde gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) vastgesteld. Hij heeft daarbij mede rekening gehouden met de met ingang van 16 mei 2000 aan een ex-werknemer van appellante door hem toegekende WAO-uitkering. Het daartegen gerichte bezwaar is bij besluit van 17 mei 2002 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere beroepsgronden herhaald. Ter comparitie is namens appellante met juistheid naar voren gebracht dat al deze gronden door de Raad in zijn inmiddels ontwikkelde rechtspraak zijn verworpen. De Raad volstaat met de instemming van beide partijen, met de verwijzing naar deze, partijen bekende uitspraken en concludeert dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. R.C. Stam en mr. drs. C.M. van Wechem als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2004.
(get.) R.C. Schoemaker
(get.) A. Kovács

